Veluws bio divers landschap verbeterd door Atechpro duurzame en gasloze energieoplossingen.

Wat betekent het CE Delft rapport voor uw energierekening?


Hoe ziet de energierekening 2030 eruit? In augustus 2026 publiceerde onderzoeksbureau CE Delft het rapport Maatregelen voor een beheersbare energierekening. Het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van NVDE, Holland Solar, Energie Nederland en Energy Storage NL, rekent door hoe de energierekening van huishoudens zich richting 2030 ontwikkelt. Ook kijkt het naar wat verduurzaming oplevert en wat er mogelijk is binnen een kleinere netaansluiting.

Wij zetten de belangrijkste conclusies op een rij en vertalen ze naar de vragen die wij dagelijks van klanten krijgen: wat betekent dit voor mijn gebouw, mijn verwarming en mijn aansluiting?

Eerst: wat het rapport wel en niet onderzoekt

Het is goed om de conclusies in de juiste context te lezen. CE Delft rekent aan bestaande koopwoningen (klein, middelgroot en groot) in één middenscenario voor het jaar 2030. Investeringskosten en terugverdientijden zijn niet meegenomen. Warmtenetten, biomassa en bedrijfspanden vallen buiten het onderzoek.

De richting van de conclusies is daarom vooral bruikbaar als trend. Voor een concreet gebouw blijft een eigen berekening nodig.

1. Energierekening 2030: vooral duurder met een gasketel

Richting 2030 nemen de totale energiekosten voor een woning met een gasketel met ongeveer 25% toe. Dat komt volgens CE Delft door drie maatregelen die stapelen:

  • de introductie van ETS2, het Europese emissiehandelssysteem voor gebouwen en vervoer (ongeveer € 0,15 per m³ gas);
  • de bijmengverplichting voor groen gas (ongeveer € 0,06 per m³);
  • stijgende nettarieven voor gas, omdat het aantal gasaansluitingen sneller daalt dan de kosten van het gasnet.

Ook met een (hybride) warmtepomp stijgen de kosten, met 20 tot 30%. Daar komt de stijging vooral uit hogere nettarieven voor elektriciteit. De absolute stijging is wel kleiner dan bij een gasketel.

2. Nettarieven worden de grootste kostenpost

Wie naar de energierekening 2030 kijkt, ziet een opvallende verschuiving: de nettarieven voor elektriciteit stijgen gemiddeld met 50% en worden de grootste post op de rekening. Tegelijk dalen de leveringskosten van stroom en de energiebelasting op elektriciteit.

Door de komst van tijdsafhankelijke nettarieven gaat het bovendien steeds meer uitmaken wanneer u stroom gebruikt. Bij middelgrote en grote woningen met een warmtepomp of elektrische auto kunnen de netkosten volgens CE Delft met 75 tot 110% stijgen. Met slimme aansturing van die apparaten blijft dat beperkt tot 60 tot 90%.

3. Verduurzamen loont in 2030 meer dan nu

Dat de energierekening 2030 hoger uitvalt, betekent niet dat verduurzamen minder aantrekkelijk wordt. Integendeel. Omdat gas sterker duurder wordt dan elektriciteit, neemt het voordeel van verduurzaming toe:

  • zonnepanelen en (hybride) warmtepompen leveren in 2030 ongeveer 20% meer voordeel op dan nu;
  • het voordeel van een thuisbatterij neemt met ongeveer 40% toe, vooral doordat stroom op gunstige momenten kan worden opgeslagen en gebruikt;
  • een elektrische auto die thuis slim wordt geladen, geeft de grootste besparing op de jaarlijkse energierekening.

4. Netcongestie: de aansluiting wordt de grens

Steeds meer huishoudens lopen tegen de grenzen van hun elektriciteitsaansluiting aan. Volgens CE Delft komen aanvragen voor het verzwaren van een aansluiting sinds 1 juli 2026 op een wachtlijst. Daarmee wordt de vraag urgenter wat er binnen de bestaande aansluitcapaciteit mogelijk is.

Het goede nieuws is dat veel verduurzamingsmaatregelen ook binnen een bestaande aansluiting mogelijk zijn:

  • 1x25A (circa 5,8 kW) of 1x35A (circa 8,1 kW). Een hybride warmtepomp functioneert hierop doorgaans goed. Bij een volledig elektrische warmtepomp of het laden van een elektrische auto kan de capaciteit beperkend worden, zeker bij de combinatie van beide.
  • 3x25A (circa 17,3 kW). Deze driefasenaansluiting is al geruime tijd standaard bij nieuwbouwwoningen en biedt aanzienlijk meer ruimte voor gelijktijdig elektrisch verwarmen, koken en laden. Ook dan blijft het verstandig om verbruikers slim op elkaar af te stemmen.

De belangrijkste vraag is daarom niet alleen hoe zwaar de aansluiting is, maar vooral hoe de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk wordt benut. Het gaat daarbij niet om wat u per jaar verbruikt, maar om wat er tegelijk draait. Op onze pagina over energiemanagement ziet u per aansluiting wat CE Delft haalbaar acht.

5. Slimme sturing is de sleutel

CE Delft is duidelijk in zijn aanbeveling: slimme aansturing van apparaten is goed voor de energierekening, verlaagt pieken op het net en maakt elektrificatie binnen een kleinere aansluiting mogelijk. Een energiemanagementsysteem regelt dat warmtepomp, laadpaal, batterij en andere grote verbruikers niet allemaal tegelijk vol vermogen vragen, en verschuift verbruik naar momenten met lage prijzen en veel zon of wind.

Daarnaast noemt CE Delft verduurzaming expliciet als manier om de weerbaarheid te vergroten: minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, minder gevoeligheid voor prijsschokken en meer grip op het eigen energiegebruik.

Wat betekent dit voor grotere gebouwen en het buitengebied?

Het rapport gaat over woningen. Toch zien wij dezelfde mechanismen terug bij de gebouwen waar Atechpro dagelijks mee werkt: bedrijfspanden, monumenten, boerderijen, zwembaden en grote woningen in het buitengebied. Hieronder onze eigen vertaling, nadrukkelijk niet de conclusie van CE Delft:

  • Gas wordt duurder. Hoe groter het gasverbruik, hoe harder ETS2, bijmenging en hogere gasnettarieven aantikken.
  • De piek is groter. Een gebouw met een hoge warmtevraag en hoge afgiftetemperaturen vraagt in de winter veel vermogen. Een warmtepomp die die volledige piek moet dekken, past lang niet altijd binnen de aansluiting.
  • Verzwaren is niet vanzelfsprekend. Ook voor bedrijven is extra transportcapaciteit in veel regio’s niet of pas na lange tijd beschikbaar.

Daar ligt de kracht van een combinatie. Een warmtepomp levert warmte op momenten dat stroom goedkoop en beschikbaar is. Een bioketel vangt de hoge temperaturen en de grote winterse warmtevraag op, met relatief weinig elektrisch vermogen. Een warmtebuffer stemt productie en gebruik op elkaar af en een energiemanagementsysteem bepaalt welke bron wanneer draait. Zo hoeft de warmtepomp niet op de volledige winterpiek te worden gedimensioneerd.

Of zo’n combinatie financieel klopt, verschilt per project. Brandstofprijs en logistiek, onderhoud, emissie-eisen en de investering bepalen de uitkomst. Daarom rekenen we dat altijd per situatie door. Lees meer over onze netcongestie oplossingen of over hybride verwarming.

Wat kunt u nu doen?

  1. Ken uw aansluiting. Weet welke aansluitwaarde u heeft en hoeveel ruimte er nog is.
  2. Breng uw warmtevraag en pieken in kaart. Niet het jaarverbruik, maar de koudste dagen en de momenten waarop alles tegelijk draait, bepalen wat past.
  3. Denk in een systeem, niet in een los product. De combinatie van opwekking, opslag, verwarming en sturing bepaalt het resultaat.
  4. Laat het slim regelen. Sturing op prijs en beschikbare capaciteit wordt steeds belangrijker voor uw rekening.

Wilt u weten wat de energierekening 2030 voor uw gebouw betekent? Vraag een energieadvies aan. Wij brengen uw warmtevraag, aansluiting en mogelijkheden in kaart en adviseren welke combinatie bij uw situatie past.

Bron: CE Delft (augustus 2026), Maatregelen voor een beheersbare energierekening. Voor huishoudens richting 2030, ook binnen een kleinere netaansluiting. Publicatienummer 26.260266.119. Opdrachtgevers: NVDE, Holland Solar, Energie Nederland en Energy Storage NL. Het volledige rapport is te vinden via ce.nl.

Meer informatie

Vragen of wilt u gebruik maken van onze diensten? Neem contact met ons op middels de onderstaande gegevens.